maandag 7 maart 2011

Eerst zien, dan geloven. Eerst bewijzen, dan weten?

Er stond een artikel in de krant over de ontdekking van de NASA dat er effectief buitenaardse levende organismen zijn. Dat is mooi om de arrogante naïevelingen die prat gaan op 's mensen uniciteit als levende wezens in de kosmos wakker te schudden. Maar de rest van de wereld kan hier toch niet op hebben zitten wachten? Sommige dingen zijn toch zodanig evident dat er geen bewijs voor nodig is. We weten al lang dat de kosmos onbevattelijke afmetingen heeft, met zoveel sterren en planeten als er zandkorrels zijn op de aarde. Dus ook al is de aarde uniek in zijn soort als zijnde in staat om complex leven te ondersteunen, het ware ferm dat er onder al die miljoenen planeten geen enkele bewoonbare planeet zou zijn. Komt nog bij dat de andere levensvormen in de ruimte niet per sé op ons hoeven te lijken en dat de kans dus bestaat dat zij heel andere condities nodig hebben om te overleven dan wij.

Een paar wormen is één ding, maar intelligent leven is nog wat anders. Dus voorlopig mogen we geloven dat er buitenaards leven is, en zijn wij nog altijd lekker de slimste. Maar als we dezelfde redenering als hierboven volgen lijkt het nogal evident dat de mens niet het enige intelligente wezen in het universum is, en moeten we zelfs toegeven dat de kans er inzit dat er aliens zijn die veel verder ontwikkeld zijn dan wij. Volgens mij is er al veel langer bewijs daaromtrent dat ons gewoon verzwegen wordt, zodat ons superioriteitsgevoel niet in het gedrang komt en we ons vooral geen vragen gaan stellen over waar we helemaal mee bezig zijn. Het idee van superieure aliens brengt vragen met zich mee over moraliteit, onze omgang met de planeet, een eventueel buitenaards beleid... Dat leidt alleen maar af van onze plicht te consumeren. Vandaar dat iets aannemen als waar, zonder het eerst wetenschappelijk bewezen te hebben, not done is. Het is bullshit, totdat er tastbaar bewijs is. Een logische redenering zonder wetenschappelijk bewijs wordt van de hand gewezen als naïef, arrogant, zelfs subversief.

Ik stel me vragen bij de eerlijkheid van sommige van die 'wetenschappelijke' bewijzen. Het publiek krijgt immers maar net genoeg info om de brave, gehoorzame consument te blijven die hij is. We moeten ons geen illusies maken over de intenties van de sponsoren van wetenschappelijk onderzoek. De belangrijkste motivatie achter het (gedeeltelijk) vrijgeven van onderzoeksresultaten is maar al te vaak het consolideren van de gevestigde orde, in het belang van degenen die de touwtjes in handen hebben. We worden bang gemaakt of op andere manieren gemanipuleerd om te blijven geloven dat onze wereld op de best mogelijke manier gerund wordt door goedbedoelende medeburgers die onze belangen eerlijk ter harte nemen. En in één adem worden we overtuigd van het nut en de noodzaak van bepaalde producten, een bepaald beleid, een bepaalde cultuur. And we buy it. From the top of my mind: de fluorcampagne die ons doet geloven dat fluor gezond is voor je tanden, de maanlanding als a giant step for mankind terwijl het ging om je reinste Cold War propaganda, gevaarlijke GMO's voorstellen als de oplossing voor honger in de wereld, het minimaliseren van de menselijke impact op het broeikaseffect, de hetze rond de Mexicaanse griep.

Nou ja. Ik wil me hier niet opwerpen als verdediger van wilde conspiracy-theorieën die nergens op slaan. Maar mensen, laat je niet rippen. Ons begrip van de wereld en het universum reikt verder dan het inslikken van wat de overheid en de media ons voederen. We zijn slimmer dan dat. Durf naar je intuïtie en gezond verstand te luisteren en te onderkennen hoe deze meer dan eens haaks staan op wat bepaalde autoriteiten ons willen doen geloven.

Gisteren gedroomd...

Er zat iets in mijn linkerborst, net onder de huid boven mijn tepel. Zoals je geobsedeerd kunt geraken van een overrijpe pukkel en dus niet anders kan dan hem uitduwen, was ik bezeten door die knobbel. Ik duwde het ding door mijn vel heen naar buiten. Het viel op de houten vloer en rolde verder. Mijn gescheurde huid deed geen pijn, wat me verwonderde en me deed afvragen of dit misschien een droom was. Ik was benieuwd naar wat ik net uit mijn borst had geduwd en ging op zoek in het halfduister. Toen ik het licht probeerde aan te knippen deed de schakelaar het niet. De ultieme bevestiging dat dit inderdaad een droom was. Ik zocht verder en vond het steentje terug onder de tafel: het was een donkerbruinzwart puimsteentje, de grootte van een dobbelsteen.
In een andere scène kom ik uit een huis en wil terug in mijn vrachtwagen stappen die in de straat geparkeerd staat. Het is een middelgrote vrachtwagen, zo'n typische verhuiswagen. Ik slaag er maar niet in om in de cabine te klauteren. Het is te hoog, het trapje is onmogelijk.

C. beweerde dat het steentje dat ik uit mijn linkerborst duw mijn hartzeer symboliseert. En de vrachtwagen staat symbool voor hoe ik door het leven ga. Met zeer veel bagage dus, wat het vehikel te groot en te zwaar maakt om te besturen... Ik slaag er zelfs niet in om achter het stuur te kruipen.

vrijdag 4 maart 2011

Goeie intenties en kwade gevolgen

Er zijn evenveel waarheden als er mensen zijn. Iedereen heeft zijn kijk op de realiteit, zijn persoonlijke ervaringen en zijn idee over hoe het leven het best geleefd wordt. Sommigen twijfelen, beseffen dat ze fouten maken, zijn bang om de verkeerde keuzes te maken, om zichzelf en anderen te kwetsen... en anderen stellen zich weinig of geen vragen, gaan gewoon altijd rechtdoor en beklagen die arme twijfelaars omdat die niet snel genoeg vooruit gaan. Deze laatsten staan dan ook snel klaar om de sukkelaars die onzeker zijn en niet meteen succes hebben, met raad en daad bij te staan en advies te geven over vanalles en nog wat, van de meest banale tot de meest intieme zaken. Zo moet je werken, zo moet je je partner kiezen, zo moet je je leven leiden. Het is jammer dat mensen die een zekere graad van materieel succes hebben, er automatisch vanuit gaan dat anderen hetzelfde zoeken. Het respect en de tolerantie voor elke andere manier van leven, die op het eerste zicht een minder succesvolle manier van leven lijkt, is dan soms ook ver te zoeken. De goede raad is met de beste intenties gegeven, maar getuigt van een gebrek aan inlevingsvermogen en uiteindelijk ook van een gebrek aan respect voor de ander. De twijfelaar voelt zich betutteld en misschien zelfs beledigd, want wat een idee te veronderstellen dat hij een mislukkeling is die niets bereikt! Zijn doelen liggen elders, en zijn twijfel wordt alleen nog maar meer gevoed door de confrontatie met de kortzichtigheid van de zogenaamde succesvolle burger die de wijsheid in pacht meent te hebben.

donderdag 3 maart 2011

To sleep or not to sleep

Mijn dromen zijn minstens even echt als mijn wakkere leven, zo niet echter. Ik beleef heel intense dingen, soms als mezelf, soms als een personage in een film. Een droom-film. Ik heb herinneringen aan momenten uit dromen, net zoals ik me speciale, echte momenten herinner. Het gebeurt ook vaak dat iets in mijn wakkere leven een herinnering aan een droom oproept. Het is moeilijk om erover te praten, want wat mijn onderbewustzijn soms creëert aan beelden is niet altijd even duidelijk en bovendien ook niet altijd om trots op te zijn.
Ik droomde over witte-boord-kannibalen, gevilde lijken die als stenen in een veld verspreid liggen, vleesetende maar ontroerend mooie reuzekwallen, heksenprocessen en -verbrandingen, tochten door vijandelijk gebied met het gewicht van de wapenrusting en mondvoorraad, bruggen die desintegreren net terwijl we erover rijden, een hotel zonder toilet net wanneer ik dringend moet...
Maar het kan ook zalig zijn. Ik vloog al heel wat af en word er steeds beter in, had een gesprek met de sprookjesverteller, maakte kennis met mezelf als vijfjarig meisje, bezocht stranden in onmogelijke oorden, had avontuurtjes met magische minnaars...
De beste dromen zijn de lucide. Het besef dat ik droom en zelf kan bepalen waar ik naartoe ga en wat ik doe is denk ik de beste hobby ooit. Beter dan playstation, gezonder dan trippen.
Sinds ik P.V. neem zijn de dagelijkse dutjes min of meer verleden tijd dus het dromen beperkt zich nu tot 's nachts. De meeste lucide dromen kwamen jammer genoeg wel overdag. Het zou wat te ver gaan om te beweren dat ik die middagdutjes mis. Ik besef wel dat mijn wakkere leven aandacht en inspanning verdient. Het is mijn plicht om mijn potentieel in mijn wakkere leven te benutten, maar met het excessieve slapen van de laatste jaren schoot mijn ambitie om dingen te verwezenlijken er soms wat bij in. Ik had soms meer zin om me in een droom te verliezen dan om mijn dromen hier en nu te realiseren: het waarmaken van een droom is ook wat moeilijker dan gewoon je ogen sluiten en wachten op Morpheus.
Jonathan Franzen beschrijft Slaap in 'The Corrections'  als een goeie minnaar. Dat klopt, net zoals een minnaar een ontsnapping biedt aan de sleur van het het gehuwde leven, is dromen de ultieme ontsnapping aan de realiteit. Reisbureaus en brochures mogen dan ook de meest exotische reisbestemmingen adverteren:  geen verre reis kan tippen aan de wondere wereld van de sluimer.

Monsterlijk

Droomde onlangs dat ik achtervolgd werd. Droom ik wel vaker, ik ben zo dikwijls op de vlucht voor weet ik veel wat. Deze keer liep ik door een straat die helemaal verlaten leek, de rolluiken van de huizen waren dicht, er was niemand op straat, er stonden nergens auto's geparkeerd. Het was zo heet dat de lucht zinderde boven het asfalt. Ik zag het beest naderen aan een onmogelijk tempo. Nog nooit had ik zo'n gigantische slang gezien. Het leek wel een draak zonder poten, met een lijf zo dik als een boom, en minstens tien meter lang. Zijn slagtanden blikkerden in het harde licht, en hij siste boosaardig, bek wijd open, zonder twijfel niet van plan me te laten gaan. Ik rende voor mijn leven, wetende dat ik geen kans maakte. Nergens kon ik schuilen, ik had niets om me te verdedigen.

Toen ik dit Lily vertelde was haar reactie: "Da's ook wel een fallussymbool om U tegen te zeggen dadde!"

Help.

De vijftig frank is gevallen

Ik droomde een paar nachten geleden dat ik ten huize Charlie was. Er was niemand thuis en ik zat ermee dat ze zouden thuiskomen en dat mijn aanwezigheid daar ongepast was. Het was een leuk appartement, met een duplex, onder de nok van het dak. Er hingen posters aan het plafond op een onbereikbare plaats, en ik vroeg me af hoe ze die daar gekregen hadden. Ik was maar een beetje aan het rondkijken toen ik een muntstuk op de grond zag liggen. Zilverkleurig, glanzend. Ik raapte het op en het bleek en stuk van vijftig Belgische frank te zijn. Telkens ik het in mijn zak wilde steken viel het weer op de grond.
In dezelfde droom liep ik ergens in een stad, Gent denk ik, langs een brede boulevard met tramsporen. Er was een hoekhuis waar ik naartoe ging, iets of iemand wachtte daar op me. Het leken de jaren veertig of vijftig, het licht en de kleuren waren ook sepia zoals in oude foto's.

woensdag 2 maart 2011

Background and Disclaimer

Ik moet en zal elke dag een stukje schrijven. Zoals je spieren kweekt al naargelang de regelmaat waarmee je sport, kweek je ook goede schrijfgewoontes al naargelang de regelmaat waarmee je schrijft. En inspiratie dan, ik hoor het je denken. Inspiratie is inderdaad nogal essentieel om iets zinnigs op papier te krijgen, maar het is niet het belangrijkste. Als je niet weet waarover geschreven, schrijf dan dààrover. Klaar. Larry David maakt een hele show over zijn gebrek aan goesting om een nieuwe show te creëren, en meer dan één boek behandelt het probleem van de writer's block. Dus inspiratie is niet echt the big deal. De reden waarom mensen die graag schrijven en goed schrijven geen boek geschreven krijgen, is dat ze geen goeie schrijfgewoontes hebben. Discipline. Oefening. Schrijven zonder doel, om het schrijven zelf, om de souplesse en de durf te bekomen die nodig is om eventuele lezers maar in de eerste plaats jezelf te gaan inspireren.
Mijn grootste struikelblok is de censuur die ik mezelf opleg. Al voor ik een zin afheb ben ik al bezig met de editing, zodanig dat er geen zin meer vloeiend uitkomt en ik op den duur niets meer schrijf, want het is toch allemaal apeslecht. Zo ondermijn ik het groeiproces dat elke schrijver -of elke schepper for that matter- doormaakt. Wat heeft het voor zin om genialiteit van mezelf te verlangen als ik met moeite een alinea afkrijg.
Ik ben zelf een veeleisende lezer. Ik doe niet alleen aan self-editing, ik ben bij elk stukje tekst dat me onder ogen komt ofwel aan het genieten van de schoonheid, gevatheid en relevantie, ofwel aan het balen van de overmaat aan overtolligheden, uitweidingen en onbeschaamde zever waarop ik toch niet (en dus niemand) zat te wachten. Tekst als tijdverspilling is één van die dingen die hoog op de haatlijst staat genoteerd. En ik wil echt geen bron van ergernis zijn en andermans tijd zitten verspillen met slecht geschreven en oninteressant spul. Maar zo saboteer ik mezelf. Want het is een zwak excuus. Niemand is gedwongen om dit te zitten lezen. En wie het toch doet en het vindt sucken, tjah. Rome is ook niet op één dag gebouwd. Afhaken staat vrij. En wie weet, misschien komt er een dag dat het minder suckt. En dat er mensen met plezier mijn stukjes lezen.
Tot morgen!